Studies en onderzoeksrapporten

2016 - Beleidsparticipatie personen buitenlandse herkomst

In opdracht van het Agentschap Binnenlands Bestuur werd het onderzoek ‘Beleidsparticipatie van personen van buitenlandse herkomst in Vlaanderen’ uitgevoerd door het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving van de KU Leuven (HIVA) in samenwerking met het Instituut voor Overheid en de Wakkere Burger. Het Kenniscentrum Kinderrechten werkte mee aan drie van de vijf werkpakketten.

In deze onderzoeksopdracht werd nagegaan hoe de participatie van personen van buitenlandse herkomst aan het Vlaamse beleid gemaximaliseerd kan worden. De bestaande vormen van beleidsparticipatie werden getoetst of ze voldoen aan de verwachtingen van beleidsparticipatie van zowel de doelgroep (bevolking van buitenlandse herkomst) als de overheid. Een aantal goede nationale en internationale praktijken werd opgelijst. Tenslotte werd verkend welke methodieken en randvoorwaarden aanbevolen kunnen worden opdat de stem van de doelgroep gehoord en meegenomen kan worden in het gevoerde beleid. 

2015 Deelrapport 5 van Omgevingsanalyse Vlaams Jeugrecht: 'Jeugdrechtsystemen in vergelijking'

Instituut voor Sociaal Recht KU Leuven & Kenniscentrum Kinderrechten. (2015) Rapport 5 'Jeugdrechtsystemen in vergelijking'.

Deelrapport 5 'Jeugdrechtsystemen in vergelijking' is een onderdeel van het rapport ‘Omgevingsanalyse Vlaams Jeugdrecht’. De Omgevingsanalyse is geschreven in opdracht van het Agentschap Jongerenwelzijn en in consortium met: KU Leuven, UGent, Vrije Universiteit Brussel en, in onderaanneming, KeKi vzw. In het deelrapport (5) vergeleek KeKi samen met ISR 5 buitenlandse rechtssystemen over jeugddelinquentie, namelijk van Duitsland, Nederland, Noord-Ierland, Oostenrijk en Schotland. De landenrapporten bleven noodzakelijk beperkt tot een beschrijvend overzicht met een algemene toelichting over het jeugddelinquentiesysteem, de aanduiding van specifieke kenmerken en modelkeuzes, mogelijke interventies, rechtswaarborgen, afstemming met de jeugdhulpverlening en een overzicht van de bronnen van de wetgeving en besprekingen. Het volledig rapport vindt u hier.

2015 Deelrapport 4 van Omgevingsanalyse Vlaams Jeugdrecht: 'Het kinderrechtelijk kader'

Instituut voor Sociaal Recht KU Leuven & Kenniscentrum Kinderrechten. (2015) Rapport 4 'Het kinderrechtelijk kader'.

Deelrapport 4 'Het Kinderrechtelijk kader' is een onderdeel van het rapport ‘Omgevingsanalyse Vlaams Jeugdrecht’. De Omgevingsanalyse is geschreven in opdracht van het Agentschap Jongerenwelzijn en in consortium met: KU Leuven, UGent, Vrije Universiteit Brussel en, in onderaanneming, KeKi vzw. Het deelrapport (4) beschrijft het kinderrechtelijk kader dat relevant is voor de preventie, omschrijving en aanpak van jeugddelinquentie. KeKi selecteerde uit een overzicht van de belangrijkste relevante kinderrechteninstrumenten zeven internationale en Europese instrumenten  en onderzocht de betekenis voor de aanpak van jeugddelinquentie. Het onderscheid tussen juridisch bindende teksten (hard law) en niet-juridische bindende teksten (soft law) is visueel ingewerkt door het gebruik van een lichtere, grijze druk voor de niet-bindende teksten. Het volledig rapport vindt u hier.

2015 Zwaartepunten 2.0: Thematische zwaartepunten in het Vlaams kinderrechtenonderzoek van het afgelopen decennium

Af en toe is het nodig om stil te staan bij ‘gangbare’ praktijken door deze onder een vergrootglas te leggen. Wat loopt er, waar gaat -te veel of te weinig- aandacht naar toe, waar zijn er (eventueel) blinde vlekken…? Naast andere belangrijke instrumenten, zoals regelgeving, signalen in de media en de stem van kinderen en jongeren en/of dat van het middenveld, kan wetenschappelijk onderzoek als een dergelijk vergrootglas worden beschouwd. Een doorlichting van het bestaand wetenschappelijk onderzoek, zowel fundamenteel als toegepast, kan situaties en tendensen blootleggen en deze kritisch in vraag stellen. In de zwaartepuntenanalyse kijken we naar welke thema’s een centrale plaats innemen in kinderrechten(gerelateerd) onderzoek en welke onderwerpen minder aan bod komen of zelfs buiten beeld blijven. 

2014 De betekenis van beelden - De relatie tussen mediabeelden en de zelfwaardering van Vlaamse kinderen en jongeren

Deze studie, waarvoor cijfers van de meest recente monitor van het Jeugdonderzoeksplatform (JOP) werden gebruikt, gaat na hoe mediabeelden over kinderen en jongeren de zelfwaardering van kinderen en jongeren beïnvloeden. Gezien kinderen en jongeren zich nog volop in een fase van identiteitsontwikkeling bevinden, wordt de hypothese gesteld dat mediabeelden in het bijzonder op hen een effect zullen hebben. Welke beelden zien Vlaamse kinderen en jongeren het vaakst over zichzelf? Zijn de beelden die zij zien afhankelijk zijn van de frequentie van hun mediagebruik? En hangen deze beelden samen met hun zelfwaardering?

2013 Zwaartepunten in het Vlaams kinderrechtenonderzoek (thematische analyse)

In de beleidsperiode 2011-2013 nam KeKi zich voor om, in het kader van zijn platformfunctie voor wetenschappelijk onderzoek over kinderrechten, een grondige studie uit te voeren naar kinderrechten(gerelateerde) thema’s waarrond in Vlaanderen nog geen - of (te) weinig - onderzoek bestaat. Aantonen dat iets afwezig is, is echter geen evidente opdracht. Hiervoor is het in de eerste plaats noodzakelijk een goed overzicht te hebben van het aanwezige onderzoek. Daarom wordt in dit rapport vooreerst een duidelijk referentiekader voorgesteld op basis waarvan bestaand onderzoek op een systematische manier verzameld en geïnventariseerd wordt aan de hand van inhoudelijke thema’s. Op deze manier kunnen thematische zwaartepunten in het bestaand kinderrechtenonderzoek geïdentificeerd worden.

2011 Het Decreet Rechtspositie in internationaal perspectief

Deze studie plaatst het Decreet betreffende de Rechtspositie van de Minderjarige in de integrale jeugdhulp (DRM) van 7 mei 2004 in internationaal perspectief, en toetst het decreet aan een aantal instrumenten van internationaal recht. Een dergelijke toetsing is relevant omdat zo niet alleen duidelijk wordt in welke opzichten het DRM vernieuwend is, maar ook op welke vlakken het DRM misschien niet voldoet aan internationaalrechtelijke verplichtingen en/of het inspiratie kan putten uit andere instrumenten.